Veiligheid in de kinderopvang
Veiligheid in de kinderopvang vraagt om duidelijke afspraken en aantoonbare naleving van wet- en regelgeving. Op deze pagina vindt u praktische uitleg over veiligheid kinderopvang, de Wet kinderopvang, de RI&E kinderopvang en de organisatie van BHV kinderopvang. Ook beantwoorden wij veelgestelde vragen, zoals wanneer Kinder-EHBO verplicht is en welke veiligheidsdocumenten bij een inspectie moeten worden overgelegd. Zo krijgt u inzicht in zowel de wettelijke eisen als de praktische uitvoering binnen uw organisatie.
Onderdelen van deze pagina:
Wet- en regelgeving kinderopvang
Alle veiligheidsregels voor de kinderopvang zijn vastgelegd in wetten en regelingen. Van toepassing zijn onder andere:
- Wet kinderopvang (Wko)
- Besluit en Regeling kwaliteit kinderopvang
- Wet IKK (Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang)
- Arbowet
- Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl)
Deze wetgeving verplicht kinderopvangorganisaties om een veilige en gezonde omgeving te waarborgen, risico’s te beheersen en dit aantoonbaar vast te leggen. De GGD ziet hierop toe via inspecties.
De Wet kinderopvang bepaalt dat ieder kinderdagverblijf een veilige en gezonde omgeving moet bieden.
Daarnaast dient iedere kinderopvangorganisatie te beschikken over een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid.
In dit veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt beschreven:
- Welke risico’s binnen de organisatie aanwezig zijn
- Welke maatregelen worden genomen om deze risico’s te beperken
- Hoe medewerkers worden geïnstrueerd
- Hoe toezicht en naleving worden geborgd
Dit beleid moet niet alleen op papier aanwezig zijn, maar aantoonbaar worden toegepast in de praktijk. Tijdens een GGD-inspectie wordt beoordeeld of het beleid actueel is en daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Op basis van de Wet kinderopvang en de uitwerking daarvan in de Wet IKK moet tijdens openingstijden op iedere kinderopvanglocatie minimaal één volwassene aanwezig zijn met een geldig en kwalificerend kinder-EHBO-certificaat.
Het certificaat moet voldoen aan de landelijke richtlijnen zoals aangewezen in de Regeling Wet kinderopvang.
Ja. Iedere werkgever is op basis van de Arbowet verplicht om bedrijfshulpverlening (BHV) te organiseren.
Dit betekent dat medewerkers moeten worden aangewezen die zijn opgeleid om:
- Een interne en/of externe alarmering te plaatsen
- Eerste hulp te verlenen
- Een beginnende brand te bestrijden
- Een ontruiming te begeleiden
Het aantal benodigde BHV’ers hangt af van de risico’s, het aantal aanwezige personen en de zelfredzaamheid van de kinderen.
De Arbowet schrijft voor dat bedrijfshulpverlening adequaat georganiseerd moet zijn. In de praktijk betekent dit dat er voldoende deskundige BHV’ers beschikbaar moeten zijn om direct te kunnen handelen bij een calamiteit.
Hoe dit exact wordt ingericht, is o.a. afhankelijk van de risico’s en de bezetting op de kinderopvanglocatie.
Door registratie en vastlegging van documentatie wordt aantoonbaarheid geborgd. Denk hierbij onder andere aan:
- Het vastleggen van EHBO-certificaten van medewerkers
- Een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid
- Brandveiligheidsdocumenten
- Een RI&E inclusief Plan van Aanpak (PvA)
Daarnaast vindt een jaarlijkse inspectie door de GGD plaats op de locatie om te beoordelen of alle documentatie en registraties op orde zijn en of de locatie fysiek voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.
De wettelijke eis is dat er tijdens openingstijden minimaal één volwassene met een geldig kinder-EHBO-certificaat aanwezig is.
In de praktijk is het raadzaam om meerdere medewerkers op te leiden, zodat bij ziekte, verlof of pauzes altijd aan deze eis wordt voldaan.
Bij een GGD-inspectie moet een kinderopvangorganisatie onder andere kunnen beschikken over:
- Een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid
- Een RI&E inclusief Plan van Aanpak (PvA)
- Geldige EHBO- en BHV-certificaten
- Brandveiligheidsdocumentatie
- Registratie van ontruimingsoefeningen
Aantoonbaarheid van beleid én uitvoering is hierbij essentieel.
In de kinderopvang is een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) verplicht voor medewerkers en andere personen die structureel op de locatie werkzaam zijn of daar regelmatig aanwezig zijn.
Daarnaast moeten medewerkers en vaste betrokkenen worden ingeschreven in het Personenregister Kinderopvang. Via dit register vindt continue screening plaats. Dit betekent dat nieuwe strafrechtelijke feiten automatisch worden gesignaleerd.
De verplichting tot VOG en registratie in het Personenregister vloeit voort uit de Wet kinderopvang en wordt gecontroleerd door de GGD tijdens inspecties.
Het Personenregister Kinderopvang is een landelijk register waarin medewerkers en andere structureel betrokken personen in de kinderopvang worden geregistreerd.
Iedere medewerker die werkzaam is in de kinderopvang moet zich inschrijven in het Personenregister Kinderopvang en gekoppeld worden aan de organisatie waar hij of zij werkt.
Na inschrijving vindt continue screening plaats. Dit betekent dat, na afgifte van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), nieuwe relevante strafrechtelijke feiten automatisch worden gesignaleerd.
De verplichting tot inschrijving in het Personenregister vloeit voort uit de Wet kinderopvang en wordt gecontroleerd door de GGD tijdens inspecties.
Kinderopvangorganisaties zijn wettelijk verplicht te werken met de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Deze verplichting vloeit voort uit de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De meldcode biedt een stappenplan dat professionals helpt bij het signaleren en handelen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het doel is om vroegtijdig signalen te herkennen en zorgvuldig te beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn.
De meldcode bestaat uit vijf stappen:
- Het in kaart brengen van signalen
- Overleggen met een collega of aandachtsfunctionaris
- Gesprek met betrokkenen
- Wegen van het geweld of de mishandeling
- Beslissen: zelf hulp organiseren of melden bij Veilig Thuis
Kinderopvangorganisaties moeten deze meldcode vastleggen in hun beleid en medewerkers hierover informeren. Tijdens een GGD-inspectie wordt beoordeeld of de meldcode aanwezig is en wordt toegepast.
RI&E kinderopvang
Een RI&E voor de kinderopvang (Risico-Inventarisatie en Evaluatie) brengt de risico’s op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid binnen de organisatie in kaart.
Sinds 1994 is iedere werkgever wettelijk verplicht een RI&E uit te voeren. Dit geldt dus ook voor kinderopvangorganisaties.
Ja. Iedere werkgever in Nederland is verplicht een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) uit te voeren. Dit geldt dus ook voor kinderopvangorganisaties.
De RI&E brengt risico’s in kaart op het gebied van veiligheid, gezondheid en arbeidsomstandigheden.
De wet stelt dat een RI&E actueel, volledig en volgens de huidige stand der techniek moet zijn.
Actualisatie is nodig wanneer er belangrijke bouwkundige, technische of organisatorische wijzigingen plaatsvinden. In de praktijk wordt het Plan van Aanpak minimaal jaarlijks geëvalueerd.
In principe mag een werkgever zelf een RI&E uitvoeren. Het Plan van Aanpak (PvA) dient daarbij voldoende inhoudelijk onderbouwd te zijn.
Toetsing van de RI&E door een gecertificeerde Arbokerndeskundige is verplicht wanneer:
- de organisatie meer dan 25 medewerkers heeft, of
- geen gebruik wordt gemaakt van een erkend branche-RI&E-instrument bij een organisatie met 25 of minder medewerkers.
Met de RI&E worden bouwkundige, technische en organisatorische aspecten beoordeeld. Denk aan:
- Veiligheid van binnen- en buitenruimtes
- Brandveiligheid
- Arbeidsbelasting
- Psychosociale arbeidsbelasting
De geïdentificeerde risico’s worden opgenomen in het Plan van Aanpak.
Nadat alle risico’s in de RI&E van de kinderopvang in kaart zijn gebracht, worden de maatregelen vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA).
De werkgever dient deze maatregelen uit te voeren en periodiek te evalueren. In de praktijk wordt dit minimaal jaarlijks gedaan.
Door de evaluaties vast te leggen en eventuele aanpassingen te verwerken in het PvA, wordt aantoonbaarheid richting toezichthouders geborgd.
De Wet kinderopvang verplicht kinderopvangorganisaties om te beschikken over een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid. Dit beleid beschrijft hoe de organisatie zorgt voor een veilige en gezonde omgeving voor kinderen en medewerkers.
In het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt in ieder geval vastgelegd:
- Welke risico’s binnen de organisatie aanwezig zijn
- Welke maatregelen worden genomen om deze risico’s te beperken
- Hoe medewerkers worden geïnstrueerd over veiligheid en gezondheid
- Hoe toezicht en naleving binnen de organisatie worden geborgd
- Hoe wordt omgegaan met incidenten en ongevallen
Het beleid moet niet alleen op papier aanwezig zijn, maar aantoonbaar worden toegepast in de praktijk. Tijdens een GGD-inspectie wordt beoordeeld of het beleid actueel is en daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Kinder-EHBO en BHV opleidingen
In de kinderopvang gelden wettelijke eisen vanuit de Wet kinderopvang, de Wet IKK en de Arbowet.
Tijdens openingstijden moet op iedere locatie minimaal één volwassene aanwezig zijn met een geldig en kwalificerend kinder-EHBO-certificaat. Daarnaast is iedere werkgever verplicht om bedrijfshulpverlening (BHV) te organiseren.
Calm Veiligheidsadviesbureau is gespecialiseerd in bedrijfshulpverleningstrainingen inclusief de lesmodule eerste hulp bij werken met kinderen. Op deze wijze voldoen pedagogisch professionals aan de Arbowetgeving en de Wet IKK.
Op basis van de Wet kinderopvang en de uitwerking daarvan in de Wet IKK moet tijdens openingstijden minimaal één volwassene met een geldig en kwalificerend Kind-EHBO certificaat aanwezig zijn op de kinderopvanglocatie. Calm Veiligheidsadviesbureau verzorgt deze theoretische en praktische Kind-EHBO veiligheidstrainingen en zorgt tevens voor een goedgekeurd en erkend Kind-EHBO certificaat. Dit kan zijn conform Het Oranje Kruis of conform NIBHV, welke beide als erkend Kind-EHBO certificaat geldig zijn.
Omdat wij een kwaliteitskeurmerkopleider zijn, moeten al onze instructeurs voldoen aan de eisen van de certificerende instanties om de juiste training in de kinderopvang te mogen verzorgen.
De competenties van de EHBO – EHK training van het NIBHV richten zich op levensreddend handelen in de eigen kinderopvangomgeving. Kernvaardigheden bevatten onder andere reanimatie met bediening van een AED, Rautekgreep, wondverzorging, stabiliseren van breuken en reageren op bewusteloosheid. Daarnaast komen ook diverse symptomen van kinderziektes aan bod.
Een certificaat Kind-EHBO wordt afgegeven met een geldigheid van 2 jaar, waarbinnen de cursist voldoende (praktijk)competenties op het deel spoedeisende en het deel niet-spoedeisende eerste hulp dient te behalen om voor verlenging in aanmerking te komen. De borging van deze competentie-uren wordt door Calm Veiligheidsadviesbureau verzorgd.
BHV (Bedrijfshulpverlening) bestaat uit twee onderdelen:
- Brand en Ontruiming
- Eerste Hulp
Een BHV-cursus leidt op om bij een calamiteit een juiste alarmering te plaatsen, eerste hulp te verlenen, een beginnende brand te bestrijden en een ontruiming te begeleiden.
Kinder-EHBO richt zich specifiek op het verlenen van eerste hulp aan baby’s en jonge kinderen. In de kinderopvang wordt de EHBO-module binnen de BHV-opleiding doorgaans afgestemd op eerste hulp bij kinderen.
Op basis van de Wet kinderopvang en de uitwerking daarvan in de Wet IKK moet tijdens openingstijden op iedere kinderopvanglocatie en gastouderopvang minimaal één volwassene aanwezig zijn met een geldig en erkend Kinder-EHBO certificaat.
Het certificaat moet voldoen aan de landelijke richtlijnen die door de overheid zijn vastgesteld.
Er zijn diverse Kinder-EHBO opleidingen die voldoen aan de landelijke eisen zoals gepubliceerd door de overheid. De lijst met kwalificerende certificaten is onder andere terug te vinden via publicaties in de Staatscourant.
Calm Veiligheidsadviesbureau verzorgt onder meer de volgende erkende certificeringen:
- Eerste Hulp aan Kinderen van Het Oranje Kruis
- Eerste Hulp bij werken met Kinderen van het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV)
Deze certificaten voldoen aan de geldende eisen voor kinderopvangorganisaties.
BHV (Bedrijfshulpverlening) is wettelijk verplicht op basis van de Arbowet. Iedere werkgever moet bedrijfshulpverlening organiseren en één of meer medewerkers aanwijzen die zijn opgeleid om bij een calamiteit adequaat te handelen.
Dit betekent dat er voldoende deskundige BHV’ers beschikbaar moeten zijn om:
- Intern en/of extern te alarmeren
- Eerste hulp te verlenen
- Een beginnende brand te bestrijden
- Een ontruiming te begeleiden
Het aantal benodigde BHV’ers hangt o.a. af van de risico’s, de bezetting en de mate van zelfredzaamheid binnen de kinderopvanglocatie.
Brandveiligheid en ontruiming
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) stelt brandveiligheidseisen aan gebouwen, waaronder ook kinderopvanglocaties. Welke eisen van toepassing zijn, hangt af van de gebruiksfunctie en de kenmerken van het gebouw.
In het Bbl zijn onder andere regels opgenomen over:
- Vrije en veilige vluchtroutes
- Het gebruik van brandveilige materialen
- Aanwezigheid van brandmeld- en blusvoorzieningen
- Brandcompartimentering en brandwerende deuren
- Het doen van een gebruiksmelding bij de gemeente wanneer dit vereist is
Deze eisen zijn bedoeld om de veiligheid van kinderen, medewerkers en bezoekers te waarborgen en om bij brand een veilige ontruiming mogelijk te maken.
Wanneer op basis van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) een ontruimingsplan vereist is, bijvoorbeeld in combinatie met een brandmeldinstallatie en een gebruiksmelding, moet een kinderopvangorganisatie een ontruimingsplan opstellen.
In de praktijk geldt dit voor veel kinderopvanglocaties, afhankelijk van het type gebouw en de brandveiligheidsvoorzieningen.
Een ontruimingsplan beschrijft onder andere:
- De vluchtroutes binnen het gebouw
- De taken en verantwoordelijkheden van BHV’ers
- De wijze van alarmering
- De communicatie met hulpdiensten
- De maatgevende risico’s waarop wordt geoefend
Het ontruimingsplan vormt een belangrijk onderdeel van de brandveiligheidsorganisatie binnen de kinderopvang.
Er is geen vaste landelijke wettelijke frequentie vastgelegd in de Wet kinderopvang.
In de praktijk wordt minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening uitgevoerd. Dit sluit aan bij goed veiligheidsbeleid en bij de wijze waarop de GGD tijdens inspecties beoordeelt of de BHV-organisatie en het ontruimingsplan effectief functioneren.
Een veiligheidsadviseur kan ondersteunen bij het in kaart brengen en borgen van veiligheid binnen de kinderopvangorganisatie. Denk hierbij aan:
- Het opstellen of actualiseren van een RI&E inclusief Plan van Aanpak
- Het opstellen of beoordelen van het veiligheids- en gezondheidsbeleid
- Het inrichten van de BHV-organisatie
- Het opstellen van een ontruimingsplan
- Het begeleiden van ontruimingsoefeningen
- Het voorbereiden op een GGD-inspectie
Calm Veiligheidsadviesbureau ondersteunt kinderopvangorganisaties bij deze vraagstukken, zodat veiligheid niet alleen op papier klopt, maar ook aantoonbaar in de praktijk is geborgd.
Certificering en keurmerken
Calm Veiligheidsadviesbureau is een gekwalificeerd keurmerkopleider van zowel NIBHV als Het Oranje Kruis en mag daarvoor de bijbehorende certificaten uitreiken.
Daarnaast mogen wij trainingen verzorgen conform de richtlijnen van Kind & Gezin (België), wat met name voor organisaties in de grensgebieden interessant kan zijn.
Wij beschikken over een accreditatie voor Kind-EHBO kraamverzorgsters bij het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) en onze reanimatietrainingen voldoen aan de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR).
Dit verschilt per opleiding. Voor NIBHV en Het Oranje Kruis (lesmodule Kind-EHBO) geldt een geldigheid van 2 jaar.
Organisatie van trainingen
Alle cursisten staan geregistreerd in ons CRM-systeem, waardoor wij actief de geldigheid van certificaten voor onze opdrachtgevers monitoren en tijdig trainingsvoorstellen doen zodat de geldigheid van documenten bewaakt blijft. Dit ook in relatie tot controles die de GGD en handhaving verzorgen.
Calm Veiligheidsadviesbureau biedt haar veiligheidstrainingen zowel incompany op de eigen werklocatie als in onze instructieruimte te Tilburg aan. Medewerkers kunnen daar individueel instromen in een geplande training.
Trainingen kunnen in overleg ook in de avonduren of weekenden verzorgd worden.
Een aantal van maximaal 14 cursisten per training is toegestaan.
De veiligheidstraining binnen de kinderopvang is mogelijk in twee uitvoeringsvarianten. De reguliere versie waarbij theorie en praktijk tijdens de les worden behandeld, of de blended-learning variant waarbij de theorie vooraf door de cursist middels e-learning wordt doorgenomen en aansluitend een praktijkbijeenkomst plaatsvindt.
Wanneer een cursist een bepaalde competentie niet behaalt, zoeken wij altijd mee naar een passende oplossing om alsnog alle verplichte onderdelen van de veiligheidstraining met voldoende resultaat af te sluiten.
Dit kan zowel betrekking hebben op de theorie (bijvoorbeeld via e-learning), de praktijkonderdelen tijdens de les als een schriftelijk herexamen.
Kosten en samenwerking
De prijs is afhankelijk van de samenstelling van de training en de gekozen uitvoeringsvorm. Na aanvraag ontvangt u een offerte op maat.
Dit wordt vooraf duidelijk opgenomen in de offerte na aanvraag, afhankelijk van de gekozen training en uitvoering.
Calm Veiligheidsadviesbureau kan zeker langdurige contracten of samenwerkingsafspraken afsluiten, afgestemd op de wensen en voorkeuren van opdrachtgevers.
Elke cursist ontvangt na afloop van de training een evaluatieformulier waarop bevindingen en aandachtspunten kunnen worden weergegeven. Deze evaluaties worden geregistreerd in ons CRM-systeem.
Wanneer uit de evaluaties blijkt dat actie gewenst is, bespreken wij dit met de opdrachtgever. Op deze wijze creëren wij waar mogelijk maatwerk, afgestemd op de wensvoorkeuren van de organisatie, binnen de verplicht gestelde competenties en vaardigheden die gedoceerd dienen te worden.
Veiligheid aantoonbaar op orde?
Wij ondersteunen kinderopvangorganisaties met advies en begeleiding, een volledige RI&E kinderopvang en erkende BHV- en Kinder-EHBO veiligheidstrainingen. Neem vrijblijvend contact op voor een passend voorstel.