Hero Image

Veiligheid binnen het MKB

MKB-bedrijven hebben te maken met uiteenlopende verplichtingen op het gebied van arbeidsveiligheid, gezondheid, bedrijfshulpverlening en brandveiligheid. Denk aan een actuele Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E), een Plan van Aanpak, voldoende bedrijfshulpverleners, een preventiemedewerker en duidelijke procedures voor incidenten en calamiteiten.

Op deze pagina vindt u praktische uitleg en veelgestelde vragen over veiligheid binnen het MKB. De antwoorden helpen werkgevers om risico’s beter te begrijpen, wettelijke verplichtingen correct toe te passen en de veiligheidsorganisatie binnen het bedrijf aantoonbaar te organiseren en te borgen.

Inhoud van deze pagina:

Wet- en regelgeving voor het MKB

Welke veiligheidsverplichtingen gelden voor MKB-bedrijven?

MKB-bedrijven hebben te maken met verschillende verplichtingen op het gebied van fysieke veiligheid, sociale veiligheid en arbeidsomstandigheden. Denk aan de Arbowet, een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E), het Plan van Aanpak, de preventiemedewerker en bedrijfshulpverlening.

Afhankelijk van de activiteiten van het bedrijf kunnen ook aanvullende eisen gelden, bijvoorbeeld voor het werken met machines, gevaarlijke stoffen, persoonlijke beschermingsmiddelen, brandveiligheid, psychosociale arbeidsbelasting en digitale beveiliging.

De Arbowet verplicht iedere werkgever om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden te organiseren en risico’s voor medewerkers zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Is een RI&E verplicht voor een MKB-bedrijf?

Ja. Ieder MKB-bedrijf met minimaal één medewerker moet een Risico-Inventarisatie en Evaluatie inclusief Plan van Aanpak opstellen.

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met uitzendkrachten, stagiairs en andere personen die onder het gezag van de werkgever werkzaamheden uitvoeren.

Wanneer alle medewerkers samen maximaal 40 uur per week werken, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de Checklist Gezondheidsrisico’s. In dat geval hoeft de RI&E doorgaans niet te worden getoetst.

Is BHV wettelijk verplicht?

Ja. Zodra een MKB-bedrijf één of meer medewerkers heeft, moet de werkgever bedrijfshulpverlening organiseren.

De BHV-organisatie moet passen bij de risico’s, omvang, inrichting en bezetting van het bedrijf. De werkgever moet ervoor zorgen dat voldoende mensen zijn aangewezen en opgeleid om bij een calamiteit snel en doeltreffend te handelen.

Hoeveel BHV’ers moet een bedrijf hebben?

“De Arbowet noemt geen vast aantal BHV’ers dat voor ieder bedrijf geldt. Het benodigde aantal moet worden bepaald op basis van de risico’s en omstandigheden binnen de organisatie.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • de aard van de werkzaamheden;
  • de risico’s op de werkvloer;
  • het aantal medewerkers en bezoekers;
  • de grootte en indeling van het gebouw;
  • ploegendiensten, thuiswerken en vakanties;
  • de aanwezigheid van medewerkers die extra hulp nodig kunnen hebben;
  • de snelheid waarmee externe hulpdiensten aanwezig kunnen zijn.

De RI&E vormt een belangrijk uitgangspunt voor het vaststellen van het benodigde aantal BHV’ers.”

Moet er altijd een BHV’er aanwezig zijn?

Tijdens de werk- en openingstijden moet de bedrijfshulpverlening doeltreffend georganiseerd zijn. In de praktijk betekent dit dat er voldoende deskundige BHV’ers aanwezig of direct beschikbaar moeten zijn om bij een incident of calamiteit op te treden.

De werkgever moet bij de bezetting rekening houden met ziekte, vakantie, verlof, thuiswerken en ploegendiensten. Eén opgeleide BHV’er op papier is daarom niet altijd voldoende om de BHV-organisatie structureel te borgen.

Welke veiligheidsdocumenten moet een bedrijf kunnen overleggen?

Een MKB-bedrijf moet kunnen aantonen dat de arbeidsveiligheid en bedrijfshulpverlening goed zijn georganiseerd. Daarvoor zijn verschillende documenten en registraties van belang.

Denk onder andere aan:

  • een actuele RI&E;
  • een actueel Plan van Aanpak;
  • de aanwijzing en taken van de preventiemedewerker;
  • BHV-instructies of een BHV-plan;
  • een ontruimingsplan, bedrijfsnoodplan of calamiteiteninstructies;
  • registraties van opleidingen en oefeningen;
  • onderhouds- en keuringsregistraties van veiligheidsvoorzieningen;
  • incidenten- en ongevallenregistraties;
  • werkinstructies en veiligheidsprocedures.

Afhankelijk van de branche, functie of opdrachtgever kunnen ook aanvullende documenten worden gevraagd, zoals een VCA-certificaat of een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Deze zijn niet voor ieder MKB-bedrijf algemeen wettelijk verplicht.

Wanneer een gebouw een op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving voorgeschreven brandmeldinstallatie heeft, moet doorgaans ook een ontruimingsplan aanwezig zijn.

Hoe toont u als werkgever aan dat veiligheid goed is georganiseerd?

U toont aan dat veiligheid goed is georganiseerd door beleid, maatregelen, uitvoering en controles aantoonbaar vast te leggen.

Denk aan:

  • een actuele RI&E en Plan van Aanpak;
  • een aangewezen preventiemedewerker;
  • een passende BHV-organisatie;
    opgeleide medewerkers;
  • duidelijke veiligheids- en ontruimingsinstructies;
  • registraties van oefeningen en incidenten;
  • periodieke inspectie en onderhoud van veiligheidsvoorzieningen;
  • evaluatie van getroffen maatregelen.

Een ISO-certificering kan aanvullende zekerheid geven over de manier waarop processen zijn georganiseerd, maar is niet noodzakelijk om aan de verplichtingen uit de Arbowet te voldoen.

Welke rol speelt de Arbowet binnen het MKB?

De Arbowet verplicht werkgevers om te zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Het doel is om arbeidsongevallen, beroepsziekten, gezondheidsklachten en werkgerelateerd verzuim zoveel mogelijk te voorkomen.

Binnen het MKB vormt de Arbowet onder andere de basis voor:

  • de RI&E;
  • het Plan van Aanpak;
  • de preventiemedewerker;
  • bedrijfshulpverlening;
  • voorlichting en instructie;
  • veilig gebruik van arbeidsmiddelen;
  • beleid rond psychosociale arbeidsbelasting;
  • samenwerking met arbodeskundigen.

De concrete maatregelen moeten worden afgestemd op de risico’s en werkzaamheden binnen de organisatie.

Wanneer is een preventiemedewerker verplicht binnen een bedrijf?

Ieder bedrijf met minimaal één medewerker moet ten minste één preventiemedewerker aanwijzen.

Bij maximaal 25 medewerkers mag de werkgever de taken van de preventiemedewerker zelf uitvoeren. De werkgever moet dan wel over voldoende kennis, ervaring en mogelijkheden beschikken om deze taken goed uit te voeren.

Bij meer dan 25 medewerkers moet in beginsel minimaal één medewerker binnen de organisatie als preventiemedewerker worden aangewezen.

Wat doet een preventiemedewerker precies?

Een preventiemedewerker ondersteunt de werkgever bij het organiseren van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.

De preventiemedewerker heeft drie wettelijke hoofdtaken:

  • het opstellen van of meewerken aan de RI&E inclusief het Plan van Aanpak;
  • het adviseren van en samenwerken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en overleggen met de arbodienst of bedrijfsarts;
  • het uitvoeren van of meewerken aan maatregelen uit het Plan van Aanpak.

Daarnaast kan de preventiemedewerker medewerkers informeren, veiligheidsproblemen signaleren, maatregelen volgen en bijdragen aan een structurele veiligheidscultuur binnen het bedrijf.

Wanneer controleert de Nederlandse Arbeidsinspectie een bedrijf?

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan bedrijven aangekondigd of onaangekondigd controleren.

Een inspectie kan onder andere plaatsvinden:

  • op basis van risicoanalyses;
  • als onderdeel van een branchegerichte controle;
  • na een melding of klacht;
    na een meldingsplichtig arbeidsongeval;
  • bij signalen van onveilige arbeidsomstandigheden;
  • als vervolg op een eerdere inspectie.

Tijdens een controle kan de Arbeidsinspectie onder meer vragen naar de RI&E, het Plan van Aanpak, veiligheidsinstructies, onderhoudsregistraties en de manier waarop toezicht en bedrijfshulpverlening zijn georganiseerd.

Wat zijn de gevolgen als een bedrijf niet voldoet aan de Arbowet?

Wanneer een werkgever niet voldoet aan de Arbowet, kan de Nederlandse Arbeidsinspectie verschillende maatregelen nemen.

Afhankelijk van de overtreding kan sprake zijn van:

  • een waarschuwing;
  • een eis tot naleving;
  • een bestuurlijke boete;
  • stillegging van werkzaamheden;
  • een proces-verbaal;
  • strafrechtelijke vervolging.

Bij een eis tot naleving geeft de Arbeidsinspectie aan welke overtreding moet worden beëindigd en binnen welke termijn maatregelen moeten worden genomen.

Wanneer sprake is van ernstig of direct gevaar, kan de Nederlandse Arbeidsinspectie onmiddellijk ingrijpen en werkzaamheden stilleggen.

RI&E en veiligheidsbeleid

Wat is een RI&E?

RI&E staat voor Risico-Inventarisatie en Evaluatie. Met een RI&E brengt een organisatie de arbeidsrisico’s binnen het bedrijf systematisch in kaart en beoordeelt zij hoe groot deze risico’s zijn.

Bij de RI&E hoort een Plan van Aanpak. Daarin staat welke maatregelen worden genomen om de gevonden risico’s weg te nemen of zoveel mogelijk te beperken.

De RI&E vormt daarmee de basis van het arbeidsomstandigheden- en veiligheidsbeleid van een MKB-bedrijf.

Wanneer moet een RI&E worden opgesteld?

Een bedrijf moet een RI&E opstellen zodra het één of meer medewerkers heeft.

De RI&E moet beschikbaar zijn vanaf het moment dat medewerkers werkzaamheden uitvoeren. Het is daarom niet voldoende om pas na een inspectie, incident of arbeidsongeval met de RI&E te beginnen.

Ook wanneer een bedrijf gebruikmaakt van uitzendkrachten, stagiairs of andere personen die onder gezag werkzaamheden uitvoeren, moet met hun risico’s rekening worden gehouden.

Hoe vaak moet een RI&E worden geactualiseerd?

Voor een RI&E geldt geen algemene wettelijke vervaldatum. De RI&E moet actueel, volledig en betrouwbaar blijven.

De RI&E moet opnieuw worden beoordeeld en waar nodig worden aangepast wanneer er belangrijke wijzigingen plaatsvinden, zoals:

  • organisatorische veranderingen;
    een verhuizing of verbouwing;
  • nieuwe machines of arbeidsmiddelen;
  • nieuwe gevaarlijke stoffen;
  • gewijzigde werkprocessen;
  • personele veranderingen;
  • nieuwe inzichten na een incident of arbeidsongeval.

Naast actualisatie bij veranderingen kan een periodieke integrale beoordeling, bijvoorbeeld iedere drie tot vijf jaar, verstandig zijn. De passende termijn hangt af van de branche, risico’s en gebruikte RI&E-methodiek.

Het Plan van Aanpak is een dynamisch document. In de praktijk wordt de voortgang meestal minimaal jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgewerkt.

Wie mag een RI&E uitvoeren?

Een RI&E mag in principe worden uitgevoerd door:

  • de werkgever;
  • een aangewezen medewerker;
  • de preventiemedewerker;
  • een externe veiligheidskundige of arbodeskundige.

De werkgever blijft verantwoordelijk voor de inhoud, volledigheid en uitvoering van de RI&E.

Het uitvoeren van een RI&E is iets anders dan het wettelijk toetsen ervan. Wanneer toetsing verplicht is, moet de RI&E worden beoordeeld door een daarvoor bevoegde arbodienst of kerndeskundige.

Wanneer moet een RI&E worden getoetst?

Of een RI&E moet worden getoetst, hangt af van het aantal medewerkers, het totale aantal gewerkte uren en de gebruikte RI&E-methodiek.

De belangrijkste situaties zijn:

  • Werken alle medewerkers samen maximaal 40 uur per week, dan kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de Checklist Gezondheidsrisico’s. Deze hoeft doorgaans niet te worden getoetst.
  • Heeft een bedrijf maximaal 25 medewerkers en gebruikt het een erkend branche-RI&E-instrument, dan is toetsing doorgaans niet verplicht.
  • Heeft het bedrijf meer dan 25 medewerkers, dan moet de RI&E worden getoetst.
  • Wordt geen erkend branche-instrument gebruikt, dan moet de RI&E in beginsel worden getoetst.

Bij twijfel is het verstandig om vooraf te laten beoordelen welke toetsingsverplichting voor uw organisatie geldt.

Welke risico’s moeten minimaal in een RI&E worden opgenomen?

Een RI&E moet alle relevante risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn binnen de organisatie bevatten.

Afhankelijk van de werkzaamheden kan worden gekeken naar:

  • psychosociale arbeidsbelasting, zoals werkdruk, agressie, geweld en ongewenst gedrag;
  • fysieke belasting;
  • beeldschermwerk en ergonomie;
  • arbeidsmiddelen en machines;
  • gevaarlijke stoffen en biologische agentia;
  • fysische factoren, zoals geluid, trillingen, temperatuur, straling en verlichting;
  • bedrijfshulpverlening;
  • brand- en explosiegevaar;
  • arbeidshygiëne;
  • persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • verzuimbeleid en werkgerelateerde oorzaken van verzuim;
  • alleen werken;
  • arbeidstijden;
  • bijzondere groepen, zoals jeugdigen, zwangere medewerkers en medewerkers met een beperking.

Welke onderwerpen nodig zijn, hangt af van de aard en omvang van de werkzaamheden.

Wat is een Plan van Aanpak?

Het Plan van Aanpak is een verplicht onderdeel van de RI&E. Hierin worden de gevonden risico’s gekoppeld aan concrete maatregelen.

Per maatregel wordt bij voorkeur vastgelegd:

  • wat er moet gebeuren;
  • wie verantwoordelijk is;
  • wanneer de maatregel wordt uitgevoerd;
  • welke prioriteit de maatregel heeft;
    hoe de voortgang wordt gecontroleerd;
  • wanneer de maatregel is afgerond.

Het Plan van Aanpak maakt zichtbaar hoe een organisatie de risico’s uit de RI&E daadwerkelijk vermindert of beheerst.

Hoe borgt u maatregelen uit het Plan van Aanpak?

Maatregelen worden geborgd door deze concreet vast te leggen, toe te wijzen, uit te voeren en periodiek te evalueren.

Daarbij is het belangrijk om:

  • een verantwoordelijke persoon aan te wijzen;
  • een haalbare termijn vast te stellen;
    de voortgang te monitoren;
  • uitgevoerde maatregelen te registreren;
  • te controleren of de maatregel het gewenste effect heeft;
  • nieuwe of gewijzigde risico’s opnieuw te beoordelen.

Het uitvoeren van het Plan van Aanpak is een continu proces binnen de bedrijfsvoering. Alleen het opstellen van een lijst met maatregelen is niet voldoende.

Wat moet in het veiligheidsbeleid van een bedrijf staan?

Een veiligheidsbeleid beschrijft hoe een MKB-organisatie veiligheid en gezondheid structureel organiseert.

Afhankelijk van de organisatie kan het veiligheidsbeleid aandacht besteden aan:

  • de RI&E en het Plan van Aanpak;
  • de BHV-organisatie en geldende procedures;
  • de preventiemedewerker;
    vertrouwenspersonen en sociale veiligheid;
  • verzuim en werkhervatting;
  • persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • instructies voor machines en arbeidsmiddelen;
  • omgang met gevaarlijke stoffen;
  • incidenten en arbeidsongevallen;
  • ontruiming en calamiteiten;
  • onderhoud en keuringen;
  • cybersecurity en digitale risico’s.

Niet ieder bedrijf hoeft één afzonderlijk document met de titel ‘veiligheidsbeleid’ te hebben. De afspraken moeten wel duidelijk, actueel en aantoonbaar zijn vastgelegd.

Welke rol heeft de preventiemedewerker bij de RI&E?

De preventiemedewerker werkt mee aan het opstellen en uitvoeren van de RI&E en het Plan van Aanpak.

De preventiemedewerker kan onder andere:

  • risico’s op de werkvloer inventariseren;
  • medewerkers betrekken bij de RI&E;
    maatregelen voorstellen;
  • de voortgang van het Plan van Aanpak volgen;
  • de werkgever adviseren;
  • overleggen met de arbodienst of bedrijfsarts;
  • samenwerken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging;
  • ondersteunen bij de praktische uitvoering van verbetermaatregelen.

De eindverantwoordelijkheid voor de RI&E blijft bij de werkgever.

Wat gebeurt er na een arbeidsongeval?

Na een arbeidsongeval moet eerst worden gezorgd voor hulpverlening en het beheersen van de directe gevaren.

Vervolgens is het belangrijk om:

  • het ongeval te registreren;
  • vast te stellen of het ongeval bij de Nederlandse Arbeidsinspectie moet worden gemeld;
  • de oorzaak en achterliggende factoren te onderzoeken;
  • maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen;
  • de RI&E en het Plan van Aanpak waar nodig aan te passen;
  • betrokken medewerkers te informeren en begeleiden.

De werkgever moet meldingsplichtige arbeidsongevallen en arbeidsongevallen die leiden tot meer dan drie werkdagen verzuim registreren. Het is daarnaast verstandig om ook lichtere ongevallen en bijna-ongevallen intern te registreren en te onderzoeken.

Afhankelijk van de ernst en omstandigheden kan de Nederlandse Arbeidsinspectie zelf onderzoek uitvoeren of de werkgever vragen een werkgeversrapportage op te stellen.

Wanneer moet een arbeidsongeval worden gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie?

Een arbeidsongeval moet direct bij de Nederlandse Arbeidsinspectie worden gemeld wanneer het slachtoffer:

  • overlijdt;
  • in het ziekenhuis wordt opgenomen;
  • blijvend letsel oploopt.

Blijkt de ziekenhuisopname of het blijvende letsel pas later, dan moet het ongeval alsnog direct worden gemeld.

De meldplicht geldt ook wanneer het slachtoffer bijvoorbeeld een uitzendkracht is die onder het gezag van de werkgever werkzaamheden uitvoert.

Na de melding beoordeelt de Nederlandse Arbeidsinspectie welke vervolgstappen nodig zijn.

BHV en veiligheidstrainingen

Welke veiligheidstrainingen zijn verplicht of verstandig voor bedrijven?

De Arbowet verplicht werkgevers om bedrijfshulpverlening te organiseren en medewerkers doeltreffend voor te lichten en te instrueren over veilig werken.

Welke opleiding of instructie nodig is, hangt af van de risico’s binnen het bedrijf. Denk onder andere aan:

  • BHV;
  • preventiemedewerker;
  • veilig werken met machines en gereedschappen;
  • persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • gevaarlijke stoffen;
  • heftruck- of intern transport;
  • omgaan met agressie en geweld;
  • eerste hulp;
  • ontruiming en brandbestrijding.

De wet schrijft niet voor iedere taak een specifieke cursus of diploma voor. De werkgever moet wel kunnen aantonen dat medewerkers voldoende geïnstrueerd en bekwaam zijn.

Een VCA-opleiding is niet voor ieder bedrijf wettelijk verplicht, maar wordt binnen sectoren zoals bouw, techniek, industrie en transport regelmatig door opdrachtgevers of branches geëist.

Binnen sectoren waar agressie of ongewenst gedrag kan voorkomen, zoals gemeenten, horeca en detailhandel, kan een training omgaan met stress, agressie en geweld verstandig zijn.

Welke BHV-verplichtingen gelden voor werkgevers?

Zodra een MKB-organisatie één of meer medewerkers heeft, moet de werkgever bedrijfshulpverlening organiseren.

De BHV-organisatie moet in staat zijn om:

  • eerste hulp te verlenen;
  • een beginnende brand te beperken en bestrijden;
  • aanwezigen te alarmeren en evacueren;
  • te communiceren met externe hulpdiensten.

De werkgever moet voldoende BHV’ers aanwijzen en ervoor zorgen dat zij zijn opgeleid, geoefend en bekend zijn met de risico’s, instructies en voorzieningen binnen de eigen organisatie.

Wat is het verschil tussen BHV en EHBO?

EHBO staat voor eerste hulp bij ongevallen en richt zich op het helpen van slachtoffers bij letsel of plotselinge gezondheidsproblemen.

Eerste hulp is één onderdeel van bedrijfshulpverlening. Een volledige BHV-opleiding behandelt daarnaast onder andere:

  • brandbestrijding;
  • alarmering;
  • ontruiming;
  • communicatie tijdens een calamiteit.

Een EHBO’er heeft doorgaans uitgebreidere kennis van eerste hulp. Een BHV’er is breder opgeleid om binnen de eigen organisatie bij verschillende calamiteiten op te treden.

Wanneer is een herhalingstraining BHV nodig?

De Arbowet noemt geen vaste algemene geldigheidsduur voor een BHV-opleiding. De werkgever moet er wel voor zorgen dat BHV’ers voldoende deskundig blijven en hun taken doeltreffend kunnen uitvoeren.

Voor behoud van een geldig NIBHV-diploma of -certificaat geldt een jaarlijkse herhaling. Hiermee blijven kennis, competenties en praktische vaardigheden actueel.

Regelmatig oefenen is bovendien belangrijk om BHV’ers vertrouwd te houden met de risico’s, instructies en voorzieningen binnen de eigen werkomgeving.

Bekijk de mogelijkheden voor BHV herhalingstraining in onze agenda.

Zijn trainingen af te stemmen op onze werksituatie?

Ja. BHV- en veiligheidstrainingen kunnen worden afgestemd op de daadwerkelijke werksituatie, restrisico’s en procedures binnen uw organisatie.

Door gebruik te maken van herkenbare praktijksituaties kunnen medewerkers de aangeleerde vaardigheden beter toepassen op de eigen werkplek. Dit verhoogt het rendement van de training.

De verplichte onderdelen en eindtermen van de opleiding blijven daarbij altijd onderdeel van het programma.

Kunnen praktijkoefeningen op onze eigen locatie worden uitgevoerd?

Ja. De praktijkoefeningen uit een BHV-opleiding kunnen op de eigen werklocatie worden uitgevoerd, mits de locatie daarvoor geschikt en beschikbaar is.

Trainen op de eigen locatie heeft als voordeel dat medewerkers oefenen met:

  • de werkelijke vluchtroutes;
  • aanwezige veiligheidsvoorzieningen;
  • de eigen verzamelplaats;
  • bedrijfsspecifieke risico’s;
  • interne communicatie en procedures.

Vooraf wordt beoordeeld welke oefeningen veilig en verantwoord op locatie kunnen worden uitgevoerd.

Welke bedrijfsscenario’s kunnen tijdens een BHV-training worden geoefend?

Tijdens een BHV-training kunnen verschillende scenario’s worden geoefend die aansluiten op de risico’s en werkzaamheden binnen het bedrijf.

Denk aan:

  • een beginnende brand;
  • rookontwikkeling;
  • een ongeval met een machine;
  • een val of beknelling;
  • bewusteloosheid;
  • een hartstilstand;
  • een incident met gevaarlijke stoffen;
  • een ontruiming;
  • communicatie met hulpdiensten.

Daarbij kan gebruik worden gemaakt van ensceneringsmaterialen. Waar passend kan ook een LOTUSslachtoffer worden ingezet: een getraind persoon die een slachtoffer, verwonding of ziektebeeld realistisch naspeelt tijdens een oefening.

Kunnen ontruimingsoefeningen worden begeleid?

Ja. Calm Veiligheidsadviesbureau kan de praktische inzet van de BHV-organisatie tijdens een ontruimingsoefening beoordelen en begeleiden.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • alarmering;
  • communicatie tussen BHV’ers;
  • ontruiming van het gebouw;
  • begeleiding van medewerkers en bezoekers;
  • bestrijding van de calamiteit;
  • uitvoering van levensreddende handelingen;
  • samenwerking met externe hulpdiensten;
  • registratie op de verzamelplaats.

De waarnemingen worden gebruikt als leermomenten en vertaald naar praktische adviezen voor de BHV-organisatie.

Zijn er trainingen voor preventiemedewerkers?

Ja. Calm verzorgt trainingen voor preventiemedewerkers.

Tijdens de training krijgt de preventiemedewerker praktische handvatten om bij te dragen aan een veilige en gezonde werkomgeving. Onderwerpen zijn onder andere:

  • de wettelijke taken van de preventiemedewerker;
  • de RI&E;
  • het Plan van Aanpak;
  • signaleren van risico’s;
  • adviseren van de werkgever;
  • samenwerken met medewerkers en arbodeskundigen;
  • uitvoeren en bewaken van verbetermaatregelen.

Calm verzorgt de training preventiemedewerker volgens de toepasselijke richtlijnen van NIBHV.

Zijn er trainingen voor ploegleiders BHV en Coördinator/Hoofd BHV?

Ja. Wanneer een MKB-organisatie groot, complex of wisselend van samenstelling is, kan aanvullende aansturing van de BHV-organisatie nodig zijn.

Een ploegleider BHV stuurt de BHV’ers tijdens een calamiteit operationeel aan. De ploegleider verdeelt taken, bewaakt de inzet en neemt beslissingen op de werkvloer.

Een Coördinator/Hoofd BHV richt zich vooral op de beleidsmatige en organisatorische kant van bedrijfshulpverlening. Denk aan:

  • de inrichting van de BHV-organisatie;
  • beleidsstukken en plannen;
  • hulpmiddelen en veiligheidsvoorzieningen;
  • opleidingen en oefeningen;
  • instructies en procedures;
  • evaluatie en borging.

Calm kan beide opleidingen verzorgen volgens de toepasselijke richtlijnen van NIBHV en binnen de eisen van het NIBHV-kwaliteitskeurmerk.

Brandveiligheid en ontruiming

Wanneer is een ontruimingsplan verplicht?

Een ontruimingsplan is op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving verplicht wanneer een gebouw een wettelijk voorgeschreven brandmeldinstallatie heeft.

Daarnaast kan een ontruimingsplan worden gevraagd vanuit:

  • een omgevingsvergunning;
  • een gebruiksmelding;
  • aanvullende voorwaarden van het bevoegd gezag;
  • de RI&E;
  • verzekeringsvoorwaarden;
  • de aard en risico’s van de organisatie.

Ook wanneer een formeel ontruimingsplan niet rechtstreeks verplicht is, moet een werkgever duidelijke instructies hebben voor alarmering, evacuatie en het handelen bij een calamiteit.

Wat moet in een ontruimingsplan staan?

NEN 8112 kan worden gebruikt als leidraad voor de bedrijfsnoodorganisatie en het ontruimingsplan.

Een ontruimingsplan bevat onder andere:

  • algemene gegevens van het MKB-bedrijf;
  • gegevens over het gebouw en de bezetting;
  • specifieke restrisico’s en aanvullende maatregelen;
  • de interne en externe alarmeringsprocedure;
  • de ontruimingsprocedure;
  • vluchtroutes en nooduitgangen;
  • de verzamelplaats en eventuele evacuatieplaats;
  • taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
  • instructies voor medewerkers, BHV’ers en bezoekers;
  • afspraken over communicatie;
    plattegronden met aanwezige veiligheidsvoorzieningen.

Het plan moet aansluiten op het gebouw, de bedrijfsactiviteiten en de feitelijke BHV-organisatie.

Hoe vaak moet een ontruimingsoefening worden gehouden?

Er geldt geen algemene wettelijke frequentie die voor ieder MKB-bedrijf hetzelfde is.

Hoe vaak een bedrijf moet oefenen, hangt af van:

  • de risico’s;
  • de omvang en complexiteit van het gebouw;
  • het aantal aanwezigen;
  • personeelswisselingen;
  • ploegendiensten;
  • de zelfredzaamheid van aanwezigen;
  • eerdere bevindingen uit oefeningen of incidenten.

Voor veel MKB-bedrijven is minimaal één ontruimingsoefening per jaar een verstandig uitgangspunt. Bij verhoogde risico’s, meerdere locaties of veel personeelswisselingen kan vaker oefenen nodig zijn.

Een oefening kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden, afhankelijk van het doel en de omstandigheden.

Wanneer is een brandmeldinstallatie verplicht?

Of een brandmeldinstallatie verplicht is, wordt bepaald aan de hand van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • de gebruiksfunctie van het gebouw;
  • de gebruiksoppervlakte;
  • de ligging en hoogte van verblijfsruimten;
  • de indeling van het gebouw;
  • de aanwezigheid en zelfredzaamheid van personen;
  • de aanwezigheid van logies- of zorgfuncties;
  • aanvullende voorwaarden van het bevoegd gezag.

Er geldt dus niet één algemene grens die voor ieder MKB-bedrijf hetzelfde is.

Omdat de verplichtingen per gebouw en gebruiksfunctie verschillen, is het verstandig om per bedrijfslocatie te laten beoordelen welke brandveiligheidsvoorzieningen vereist zijn.

Welke brandveiligheidseisen gelden voor bedrijfsgebouwen?

De brandveiligheidseisen voor bedrijfsgebouwen volgen onder andere uit de Arbowet en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

De eisen kunnen betrekking hebben op:

  • veilige vluchtroutes;
  • nooduitgangen;
  • brand- en rookcompartimentering;
  • brandmeldinstallaties;
  • ontruimingsalarminstallaties;
  • noodverlichting;
  • blusmiddelen;
  • BHV;
  • ontruimingsinstructies;
  • periodieke oefeningen;
  • keuring en onderhoud;
  • brandveilig gebruik van het gebouw.

Welke voorzieningen nodig zijn, hangt af van het gebouw, de gebruiksfunctie, de bedrijfsactiviteiten en de aanwezige risico’s.

Ook de verzekeraar of opdrachtgever kan aanvullende eisen stellen.

Welke rol speelt de BHV-organisatie tijdens een ontruiming?

De BHV-organisatie helpt ervoor te zorgen dat medewerkers, bezoekers en andere aanwezigen het gebouw rustig en veilig kunnen verlaten naar de aangewezen verzamelplaats.

BHV’ers kunnen tijdens een ontruiming onder andere:

  • de calamiteit beoordelen;
  • de interne alarmering starten;
  • aanwezigen naar veilige uitgangen begeleiden;
  • ruimten controleren;
  • personen die extra hulp nodig hebben ondersteunen;
  • communiceren met collega-BHV’ers;
  • hulpdiensten opvangen en informeren;
  • de registratie op de verzamelplaats ondersteunen.

BHV’ers handelen daarbij volgens de geldende procedures en de afspraken uit het ontruimings- of bedrijfsnoodplan.

Hoe organiseert u een veilige ontruiming van een bedrijf?

Een veilige ontruiming begint met duidelijke procedures, voldoende voorbereiding en een geoefende BHV-organisatie.

Belangrijke maatregelen zijn:

  • maak de ontruimingsprocedure bekend bij medewerkers;
  • wijs taken en verantwoordelijkheden duidelijk toe;
  • houd vluchtroutes en nooduitgangen vrij;
  • zorg voor duidelijke vluchtwegaanduiding;
  • leg vast waar de verzamelplaats is;
  • houd rekening met bezoekers en minder zelfredzame personen;
  • zorg voor een goede interne communicatie;
  • oefen de ontruiming regelmatig;
    evalueer oefeningen en leg verbetermaatregelen vast.

Door regelmatig te oefenen, weten medewerkers beter wat zij tijdens een echte calamiteit moeten doen.

Welke blusmiddelen zijn verplicht binnen een bedrijf?

Welke blusmiddelen nodig zijn, hangt af van de inrichting, bedrijfsactiviteiten, gebruiksfunctie en risico’s van het bedrijf.

De benodigde voorzieningen kunnen voortvloeien uit:

  • het Besluit bouwwerken leefomgeving;
  • de RI&E;
  • verzekeringsvoorwaarden;
  • branchevoorschriften;
  • projecteringsrichtlijnen;
  • specifieke risico’s, zoals machines, elektrische installaties, vetbranden of gevaarlijke stoffen.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • draagbare brandblussers;
  • brandslanghaspels;
  • CO₂-blussers;
  • schuimblussers;
  • vetbrandblussers;
  • blusdekens.

In projecteringsrichtlijnen kunnen uitgangspunten voorkomen zoals minimaal twee bluseenheden per bouwlaag en een maximale loopafstand van ongeveer 30 meter. Deze uitgangspunten zijn echter niet automatisch op ieder bedrijfsgebouw van toepassing.

Het type, aantal en de plaatsing van blusmiddelen moeten daarom per locatie en risico worden beoordeeld.

Hoe vaak moeten blusmiddelen worden gecontroleerd?

Blusmiddelen moeten regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden, zodat zij bij een calamiteit goed functioneren.

Voor wettelijk voorgeschreven draagbare en verrijdbare blustoestellen en brandslanghaspels geldt op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving ten minste eenmaal per twee jaar adequaat onderhoud en controle.

In de praktijk kunnen kortere termijnen gelden op basis van:

  • NEN 2559;
  • voorschriften van de fabrikant;
  • verzekeringsvoorwaarden;
  • branchevoorschriften;
  • de omstandigheden waarin het blusmiddel wordt gebruikt.

Veel bedrijven kiezen daarom voor jaarlijkse controle en onderhoud.

Certificering en keurmerken

Welke certificaten ontvangen medewerkers na afloop?

Afhankelijk van de gevolgde opleiding en het behaalde resultaat ontvangen medewerkers een diploma of certificaat van de betreffende certificerende instantie.

Bij Calm kan dit onder andere betrekking hebben op opleidingen voor:

  • bedrijfshulpverlening;
  • preventiemedewerker;
  • ploegleider BHV;
  • Coördinator/Hoofd BHV;
  • EHBO;
  • reanimatie.

Voor verschillende BHV-gerelateerde opleidingen kan na succesvolle afronding een NIBHV-diploma of -certificaat worden verstrekt.

Zijn de trainingen erkend door NIBHV?

Calm Veiligheidsadviesbureau beschikt over het NIBHV-kwaliteitskeurmerk.

De BHV-gerelateerde trainingen die onder deze erkenning vallen, worden verzorgd volgens de kwaliteitseisen, eindtermen en richtlijnen van NIBHV.

Dit betekent onder andere dat eisen worden gesteld aan de inhoud van de opleidingen, de instructeurs, de uitvoering en de beoordeling van deelnemers.

Welke keurmerken en erkenningen heeft Calm?

Calm Veiligheidsadviesbureau is erkend en gecertificeerd voor verschillende veiligheids- en eerstehulptrainingen.

Calm beschikt over of werkt volgens de volgende keurmerken en erkenningen:

  • NIBHV-kwaliteitskeurmerk 004 voor BHV-gerelateerde opleidingen;
  • Het Oranje Kruis voor EHBO-trainingen, waaronder Eerste Hulp aan Kinderen;
  • Nederlandse Reanimatie Raad voor reanimatietrainingen;
  • KennisCentrum KraamZorg voor relevante trainingen binnen de kraamzorg.

Voor specifieke Belgische doelgroepen kan Calm bepaalde kinder-EHBO-trainingen laten registreren of certificeren via Kind & Gezin, wanneer dit voor de betreffende opleiding en deelnemers van toepassing is.

Zijn de instructeurs gecertificeerd?

Ja. De instructeurs van Calm moeten voldoen aan de eisen van de certificerende instanties voor de trainingen die zij verzorgen.

Dit is een voorwaarde voor het behouden en uitvoeren van het NIBHV-kwaliteitskeurmerk en de overige erkenningen.

Daarnaast beschikken de instructeurs over vakinhoudelijke en didactische kennis om theorie, praktijkvaardigheden en bedrijfsspecifieke scenario’s verantwoord over te brengen.

Voldoen de reanimatietrainingen aan de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad?

Ja. De specifieke reanimatietrainingen van Calm worden verzorgd volgens de geldende richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad.

Daardoor oefenen cursisten met de actuele werkwijze voor reanimatie en het gebruik van een automatische externe defibrillator (AED).

Hoe lang zijn certificaten geldig?

De geldigheidsduur verschilt per opleiding en certificerende instantie.

NIBHV-diploma’s en -certificaten zijn doorgaans één jaar geldig. Voor certificeringen van andere instanties, zoals Het Oranje Kruis, kunnen andere geldigheidstermijnen gelden.

Calm kan opdrachtgevers tijdig informeren over herhaling en hercertificering, zodat certificaten actueel blijven.

Organisatie van trainingen

Kunnen trainingen op onze eigen locatie worden verzorgd?

Ja. Veiligheidstrainingen kunnen worden verzorgd in de instructieruimten van Calm in Tilburg of op de eigen locatie van de opdrachtgever.

De instructeurs van Calm zijn mobiel en nemen de benodigde les- en oefenmaterialen mee.

Trainen op de eigen locatie kan extra rendement opleveren, omdat deelnemers direct oefenen met de risico’s, voorzieningen, procedures en vluchtroutes van hun eigen werkplek.

Kunnen trainingen ook in de avond of het weekend plaatsvinden?

Ja. Wanneer dit organisatorisch mogelijk is, kunnen trainingen ook in de avonduren of in het weekend plaatsvinden.

De mogelijkheden zijn afhankelijk van de gewenste training, groepsgrootte, locatie en beschikbaarheid van instructeurs.

Neem contact op om de mogelijkheden te bespreken.

Is e-learning mogelijk?

Ja. Trainingen kunnen op verschillende manieren worden georganiseerd.

Mogelijke uitvoeringsvormen zijn:

een volledig klassikale training, waarbij theorie en praktijk tijdens de les worden behandeld;
blended learning, waarbij deelnemers de theorie vooraf via e-learning volgen en daarna deelnemen aan de praktijktraining.

Blended learning kan de tijd op locatie beperken en maakt het mogelijk om tijdens de praktijkbijeenkomst extra aandacht te geven aan vaardigheden en bedrijfsspecifieke scenario’s.

Hoeveel deelnemers kunnen deelnemen aan een training?

Een cursusgroep bestaat doorgaans uit maximaal 12 tot 14 deelnemers.

De precieze maximale groepsgrootte hangt af van:

  • het type opleiding;
  • de certificeringseisen;
  • de beschikbare ruimte;
  • de hoeveelheid praktijkonderdelen;
  • de veiligheid tijdens de oefeningen.

Een passende groepsgrootte zorgt ervoor dat iedere deelnemer voldoende gelegenheid krijgt om de vaardigheden praktisch te oefenen.

Worden medewerkers automatisch herinnerd aan herhalingstrainingen?

De afdeling planning van Calm informeert opdrachtgevers tijdig over herhaling en hercertificering.

Hierdoor kunnen opleidingen op tijd worden ingepland en blijven certificaten actueel. Dit helpt organisaties om tijdens audits, inspecties, opdrachtgeverscontroles of interne controles aan te tonen dat medewerkers voldoende zijn opgeleid.

De werkgever blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor een passende bezetting en geldige of aantoonbaar actuele deskundigheid binnen de veiligheidsorganisatie.

Hoe worden trainingen geëvalueerd?

Na afloop van een training kan iedere cursist een evaluatie of enquête invullen.

De resultaten worden verwerkt door de afdeling planning en administratie van Calm. Wanneer uit de evaluaties blijkt dat bijsturing nodig is, wordt dit opgepakt.

De evaluaties worden gebruikt om:

  • de inhoud van trainingen te verbeteren;
  • de aansluiting op de praktijk te beoordelen;
  • instructeurs van feedback te voorzien;
  • organisatorische verbeteringen door te voeren;
  • maatwerk beter af te stemmen op opdrachtgevers.
Wat gebeurt er als een medewerker niet slaagt?

Wanneer een cursist een onderdeel onvoldoende afsluit, wordt gekeken naar een passende oplossing om de ontbrekende kennis of vaardigheid alsnog te behalen.

Afhankelijk van het onderdeel kan dit bijvoorbeeld bestaan uit:

  • een praktijkhandeling opnieuw uitvoeren tijdens de les;
  • aanvullende uitleg;
  • een individuele praktijksessie;
  • een aanvullende oefening;
  • een nieuw theorie-examen.

De gekozen oplossing wordt afgestemd op het niet-behaalde onderdeel, de certificeringseisen en de behoeften van de cursist.

Kunnen trainingen worden afgestemd op onze organisatie?

Ja. Trainingen kunnen worden afgestemd op de restrisico’s, werkzaamheden en procedures binnen uw organisatie.

Denk aan:

  • bedrijfsspecifieke incidenten;
  • machines en arbeidsmiddelen;
  • gevaarlijke stoffen;
  • de indeling van het gebouw;
  • communicatieprocedures;
  • vluchtroutes;
  • de samenstelling van de BHV-organisatie.

De verplichte onderwerpen, eindtermen en competenties van de opleiding blijven daarbij onderdeel van het programma.

Kosten en samenwerking

Wat kost een BHV-training voor bedrijven?

De kosten van een BHV-training voor bedrijven zijn afhankelijk van:

  • de gekozen opleiding;
  • het aantal deelnemers;
  • de uitvoeringsvorm;
  • de locatie;
  • de hoeveelheid maatwerk;
  • eventuele certificering en examinering.

Op basis van deze gegevens maakt Calm een offerte op maat voor uw MKB-organisatie.

Zijn er bijkomende kosten?

Mogelijke bijkomende kosten zijn bijvoorbeeld:

  • lunch- of arrangementskosten;
  • reiskosten;
  • locatiekosten;
  • aanvullende lesmaterialen;
  • examinering;
  • specifieke ensceneringsmaterialen;
  • inzet van een LOTUSslachtoffer.

Eventuele bijkomende kosten worden vooraf transparant opgenomen in de offerte.

Is een meerjarige samenwerking mogelijk?

Ja. Calm Veiligheidsadviesbureau kan een meerjarige samenwerking aangaan met MKB-organisaties.

De afspraken kunnen worden vastgelegd in een overeenkomst en bijvoorbeeld betrekking hebben op:

  • periodieke opleidingen;
  • hercertificering;
  • RI&E en actualisatie;
  • veiligheidsadvies;
  • ontruimingsoefeningen;
  • onderhoud en beheer;
  • planning voor meerdere locaties.

Een meerjarige samenwerking helpt om veiligheid structureel te organiseren en niet alleen op afzonderlijke momenten aandacht te geven.

Kunnen meerdere vestigingen centraal worden georganiseerd?

Ja. Trainingen voor meerdere vestigingen kunnen centraal worden gepland en georganiseerd.

Medewerkers van verschillende locaties kunnen worden samengevoegd in één cursusgroep. De training kan plaatsvinden:

  • op een van de eigen bedrijfslocaties;
  • op een centraal gekozen locatie;
  • in de instructieruimte van Calm in Tilburg.

Bij meerdere vestigingen kunnen planning, inhoud, certificering en herhaling centraal worden afgestemd.

Kunnen advies, RI&E, opleidingen en ontruimingsoefeningen worden gecombineerd?

Ja. Veiligheidsadvies, RI&E, BHV-organisatie, opleidingen en ontruimingsoefeningen kunnen als één samenhangend veiligheidstraject worden georganiseerd.

Voor het beste resultaat wordt eerst gekeken naar:

  • de risico’s binnen de organisatie;
  • de bestaande RI&E en het Plan van Aanpak;
  • de inrichting van de BHV-organisatie;
  • aanwezige veiligheidsvoorzieningen;
  • bestaande procedures en opleidingen;
  • aandachtspunten uit incidenten of eerdere oefeningen.

Op basis daarvan kan een passende volgorde worden bepaald voor advies, implementatie, opleiding, oefening, evaluatie en periodieke borging.

Calm Veiligheidsadviesbureau combineert daarmee veiligheidsadvies, erkende opleidingen en praktische ondersteuning voor MKB-organisaties.

Veiligheid aantoonbaar op orde?

Calm Veiligheidsadviesbureau ondersteunt MKB-bedrijven bij het inventariseren, organiseren en borgen van veiligheid. Wij helpen u onder andere met:

  • RI&E en Plan van Aanpak;
  • inrichting van de BHV-organisatie;
  • veiligheids- en ontruimingsplannen;
  • arbeidsongevalonderzoek;
  • ontruimingsoefeningen;
  • trainingen voor BHV, preventiemedewerkers, ploegleiders en Coördinator/Hoofd BHV;
  • beheer en onderhoud van brandveiligheidsvoorzieningen.

Neem vrijblijvend contact op voor advies of een passend voorstel.

 

Gerelateerde branches:

Veiligheid kinderopvang

Veiligheid onderwijs